Vervolg de hoerenlopers
De krant Het Laatste Nieuws schreef op 11 mei: “Straf de klanten, niet de prostituee.” “Maak betaalde seks strafbaar voor de klant.” Dat is de ommezwaai die de partij van Joëlle Milquet bepleit in de strijd tegen vrouwenhandel en gedwongen prostitutie. Plat uitgedrukt: vervolg niet enkel de hoerenbaas, laat staan de dame zelf, maar pak vooral de hoerenloper aan. “Mannen die een briefje van 50 euro op de bar leggen in ruil voor seks, moeten beseffen dat ze rechtstreeks de mensenhandel subsidiëren”, zegt Céline Fremault (cdH). Tot zover HLN.
Het standpunt van de franstalige christen-democraten, die daarin gevolgd worden doorGroen!, luidt volgens HLN: als je het aanbod aan betaalde seks wil verminderen, ontmoedig dan de vraag. Zorg ervoor dat de klant bestraft kan worden en dat hij niet langer het risico neemt om een prostituee te bezoeken – is het niet uit gewetensnood, dan maar omwille van de schrik om betrapt en beboet te worden.
In Zweden werd in 1999 reeds een wet ingevoerd die bordeelbezoek en andere vormen van betaalde seks strafbaar stelt. Dat voorstel kreeg intussen navolging van Noorwegen en Finland. Ook Groot-Brittannië en Frankrijk overwegen een wet in die zin. Het is bij de Fransen dat cdH de mosterd haalt.
Maar wie – en dat vermelden HLN en andere Vlaamse kranten er niet bij – lanceerde dit idee in Vlaanderen het eerst?
In 2001 was ik in Zweden op een congres waar de Zweedse minister voor Gelijke Kansen Margareta Winberg het Zweedse voorstel uitlegde. In de nieuwsbrief Peper & Zout van november 2001 lezen we het verslag onder de titel “Hoerenlopers verdienen gevangenisstraf.” “De politie moet de rosse buurt opkuisen, niet door de meisjes op te pakken, maar de klanten.”
Ik bracht het voorstel echter reeds de eerste keer ter sprake in het kamerdebat over de mensenhandel op 11 februari 1998. Inderdaad méér dan 13 jaar geleden!
Ik stelde in dat debat: “Het is duidelijk dat de mensenhandel in de prostitutie voortkomt uit de vraag naar prostitutie. Als er geen markt is voor prostitutie dan zal er ook in arme landen geen recrutering zijn van meisjes om hier als prostituee aan de kost te komen. Hoe men het draait of keert, de slachtoffers van de mensenhandel zijn niet alleen slachtoffers van diegenen die deze handel organiseren, maar ook van diegenen die vraag creëren, namelijk de klanten. Wie een prostituee betaalt voor haar diensten neemt bewust deel aan een transactie die niet meer en niet minder is dan een vorm van mensenhandel. Wie daaraan meewerkt, maakt meteen ook die andere vormen van mensenhandel mogelijk waarbij personen in- en uitgevoerd en geëxploiteerd worden.
Over dit aspect van het fenomeen mensenhandel, namelijk de medeplichtigheid van de klanten die de vraag naar prostitutie en mensenhandel creëren, weigert men te praten. […]
Sommigen beweren dat prostitutie niet uit te roeien is, omdat het een verschijnsel is van alle tijden en eigen aan elke menselijke samenleving. Indien dat waar is, dan is ook de mensenhandel niet uit te roeien, en is ook mensenhandel een verschijnsel van alle tijden en eigen aan elke menselijke samenleving. Dan is het zinloos om een strijd tegen de mensenhandel te voeren. Er zijn dus twee mogelijkheden: bestrijd de prostitutie of stop met jammeren over mensenhandel.”
Hoongelach was mijn deel toen ik 13 jaar geleden hierover sprak. Ik kreeg geen aandacht in de kranten, behalve in De Standaard. Het feit dat ik aanklaagde dat er over dit thema geen debat werd gevoerd, deed DS in zijn verslag over het prostitutiedebat in één zin vilein af met de snerende opmerking: “Kamerlid Alexandra Colen van het Vlaams Blok heeft haar mening klaar zonder debat: de prostitutie moet afgeschaft worden om de mensenhandel echt te kunnen aanpakken, vindt ze.”
Op die manier heeft de Vlaamse pers een belangrijk debat over het lot van verdrukte vrouwen meer dan tien jaar lang gefnuikt.